2002/07 - Bretagne

01/07/2002 Na een zeer druk weekend een dag later dan verwacht vertrokken naar Bretagne. We waren eerst nog even langs de firma Adams gegaan aan het kanaal in Beerse. Daar hebben ze een weegschaal voor vrachtwagens en voor een 5-tal Euro’s wisten we dus dat we 50 kg overgewicht bij hadden.
Het was rot slecht weer. De reisroute die we hadden uitgestippeld ging over Kortrijk – Lille – Arras en dan via de “route nationale” over Hudin naar Abbeville met de bedoeling zoveel mogelijk de “payage” te beperken. De weg was niet al te slecht, maar het weer bleef echter ronduit verschrikkelijk. Stormwinden met constant regen. Op die smallere wegen krijg je met zulk slecht weer telkens van tegenliggende vrachtwagens een windstoot die echt wel aankomt.
Van Abbeville tot Qunnay is de snelweg tolvrij. Daarna terug de “route national” richting Le Havre. Zoveel mogelijk is dus niet altijd en dus zijn we in Yerville toch maar de snelweg op gegaan (5,40 €) richting Pont de Normandie.
Ondanks dat we gezegd hadden nooit meer op de grote parking van Honfleur te stoppen, hadden we er nu toch duidelijk genoeg van en zijn we toch niet op zoek gegaan naar de parking in Deauville. Misschien doen we dat maar op de terugweg.
Bij het koken, na zo’n 5 minuten, was het gas op, we zijn dus vertrokken met een lege gasfles. Gelukkig zijn er altijd 2 bussen, maar toch is dat wel een beetje belachelijk. Als we echt grotere trips zouden doen, moeten we hier toch op letten. Misschien zo’n metertje kopen? Ook de boiler wou niet opstarten, hij had teveel wind en regen binnen gehad en er waaide nog steeds een zotte wind, daar kan hij gewoonlijk niet tegen.
In Honfleur hebben we een mooie wandeling gemaakt, langs de haven en dan via de promenade tot aan de monding van de Seine gewandeld (of toch bijna). Vanaf de promenade heb je een prachtig zicht op de Pont de Normandie. In eerste instantie hadden we gedacht om bij het terugwandelen een terrasje te gaan doen, maar we zijn nog niet gewend aan de Franse prijzen en die liggen toch wel wat hoger dan de Belgische. Dus in de Mobi een flesje geopend en daarna lekker ‘t bed in.

02/07/2002 Rustig opgestaan en na de koffie vertrokken naar onze eerste halte, Pont l’Evéque. Voor kaas natuurlijk, maar ook voor wat andere boodschappen. Waren toch wel alle winkels dicht zeker. Misschien elke dinsdag? Dan maar verder via de N175 naar Caen. Dit is een zeer goede weg die parallel loopt aan de snelweg. Met een mobilehome rij je via deze weg even vlug naar Caen als op de autosnelweg. Je kan dan ook op het kruispunt met de D45 in een coöperatief winkeltje betaalbare en zeer goede Calvados kopen en ook goede kaas Pavé d’Auge.
We hadden afgesproken met Linda & Eric, die op vakantie waren in Saint-Briac-sur-Mer. Dus moesten we de doorsteek doen naar de Mont St-Michel. We hadden gisteren in Honfleur nog gemerkt dat het voorste dakluik omhoog stond. Tijdens de rit ging door een rukwind het middelste dakluik omhoog, Ria stond op om het terug te sluiten en liet het bed een beetje zakken zodat ze ook het voorste dakluik kon controleren. Het stond inderdaad open en het bleef ook niet meer dicht. Waarschijnlijk is het dakluik door een rukwind die we gekregen hadden op de Pont de Normandie door de veiligheid gegaan en het was dus niet meer dicht te houden. Na een paar pogingen tijdens het rijden, toch maar even de pechstrook opgezocht en een strip Duck-tape bracht uiteindelijk de redding. Omdat het middag was toen we in de buurt van de Mont St-Michel kwamen en we daar een mooie picknick plaats wisten van een paar jaar terug, met zicht op de berg, besloten we om dat ommetje maar te maken. Daarna richting Dinard. Dinard is zeker een bezoekje waard. We hebben uiteindelijk maar de helft gedaan, de kant die zicht geeft op St-Malo, maar toch ook, iets meer in de verte, op de Belle Epoque huizen aan de andere kant van de baai. Er is een promenade aangelegd rond de rots en je hebt daar een zeer mooi zicht op de baai van Dinard en op de baai tussen Dinard en St-Malo. Na Dinard zijn we dan verder gereden naar St-Briac. L&E hadden een appartement gehuurd in een vakantie domein. We hebben onze Mobi maar geparkeerd op de parking daar, blijkbaar waren er enkel verantwoordelijken tijdens de weekends. Ondanks de regen en de stormwind was het er zeer rustig om te staan, het is natuurlijk wel geen mobilehome parking.

03/07/2002 ‘s Morgens waren we extra vroeg wakker omdat de wekker per ongeluk opgezet was. Een lekkere douche en een goed ontbijt en daarna naar onze eerste PUNT in Bretagne. Amper 100m verder. Pointe de la Garde Guérin. Er stond nog steeds zeer veel wind, maar je hebt daar wel een zeer mooi uitzicht op Dinard, St-Malo en St-Cast de Guildo. Er is daar in de bosjes een zeer mooie parking aangelegd, maar er staat wel dat je niet mag parkeren met een mobilehome van 21 tot 9 uur. Na deze korte uitstap zijn we verder gereden naar St-Jacut de la Mer. Er is daar een zeer mooi parking. Er is geen zicht op zee, maar de zee ligt er wel juist om de hoek. Ook hier nog even de plaatselijke punt bewandeld, maar regen op zee beperkte het zicht. Daarna hebben we nog wat boodschappen gedaan in het toch wel aangenaam stadje.
Onze volgende halte was het Fort la Latte. We waren er aangekomen rond 12.30h, dus eerst wat maar wat eten. Daarna afgezakt naar het fort. Toch wel dicht zeker, tot wel 14.30h. Dikke pech, vanaf 4/07 is het doorlopend open, nog dikkere pech. Eigenlijk vond ik het degoutant om zo lang te sluiten. Terwijl wij aan het eten waren en heen en terug liepen waren er wel 100-tal andere gedupeerden.
Dan de hoofdschotel voor vandaag, Cap Fréhel. 2€ voor de parking, maar het was wel een bijzonder lief meisje.
Cap Fréhel is echt de moeite waard, gewoonweg prachtig. De begroeiing van purperen heide en een soort gele brem en het groen van de stuiken zelf was geweldig mooi. Hier waren we dan misschien wel juist op tijd. De rotsen zelf zijn roze gekleurd, vrij eigenaardig, en ze zijn mooi in lagen opgebouwd. Ook het uitzicht op de zee was de moeite waard, er was nog steeds veel wind en dat deed het water bruisen tegen de rotsen, met mooi spierwit schuim tot gevolg. Prachtig.
Daarna was het de bedoeling om door te rijden tot Paimpol voor de nacht, maar in St-Brieux zijn we gaan rondrijden van de ene mobilehome verdeler naar de andere voor een nieuw dakluik. Uiteindelijk werd het sowieso te laat en bij de laatste kregen we nog een adres mee ergens in Lannion.
Vervolgens moesten we nog op zoek naar een slaapplaats. Eerst waren we naar Pordic gereden, een wreed rustige parking, maar geen ballen te zien. Verder gereden naar Binic. Zeer mooi dorp, maar de parking was vlak naast een zeer drukke weg. Hier doe je gewoon geen oog dicht, of je slaapt door alles door. Dan toevallig Plouha gevonden in 1 of andere boek, er is daar een parking op de Plage le Paulus. Een droom van een parking in een baai met zicht op zee. ‘s Avonds is het er heel rustig, de oudjes waren er aan ‘t petanken, maar alles wijst erop dat het er tijdens de dag zeer druk kan zijn met dagjes mensen die komen genieten van het prachtige strand. Er staan dan ook meer restaurants dan andere huizen, in het totaal een stuk of 10.
Morgen naar Paimpol, Pointe de l’Arcouest en Ile de Bréhat en le Corniche Breton ofte de Côte de Granit Rose tot Roscoff.

04/07/2002 Vroeg gewekt door de hond van de buren. Waarschijnlijk een visser die zijn hond alleen achter gelaten had. Eerst lozen en water tanken, na de gebruikelijke ochtend rituelen natuurlijk. Van Plouha vertrokken met veel moed, maar niet helemaal uitgeslapen. Eerst naar Paimpol, maar normaal moesten we langs hier terugkomen dus maar ineens verder gereden naar Pointe de l’Arcouest. Het allermooiste aan deze punt is bij het aanrijden vrij hoog, heb je een mooi zicht op de zee met al die rotsen, eilandjes en eilanden.
De voornaamste activiteit op deze punt zijn de overtochten naar Ile de Bréhat en rondvaarten. Je kon daar op de parking wel betalen voor 6 weken.
In de Groene Michelin gids staat dat er elke 10 min. een boot vertrekt, in werkelijkheid is dit om het uur met de gebruikelijke middagpauze van 2 uur. Vanaf 7 juli veranderde dit ook.
We hadden dus juist de boot gemist en we moesten wachten op de overzet van 11h (prijs 6,5€/persoon), maar eigenlijk hadden we sowieso meer zin in een rondvaart dan in een bezoek aan een eiland. Op de uurregeling stond de eerste rondvaart om 14.30h geregistreerd, maar er stond met krijt bijgeschreven dat er een rondvaart zou zijn om 11.30h. Na nog eens bevestigd te zijn, hebben we onze ticketten geruild voor de rondvaart van 12.30h (ong. 11€). De boot voer eerst naar het eiland, om de mensen af te zetten die een overtocht geboekt hadden, de mensen met een oranje ticket mochten blijven zitten voor de rondvaart werd er afgeroepen. De boot vertrok voor de rondvaart, de speaker begon zijn uitleg te doen en toen draaide de boot terug naar het eiland. We moesten op een andere boot, werd er gezegd. Alleen toen we aan land gingen en vervolgens de andere boot op wilden werden we daar tegengehouden, zij wisten van niets. Het werkvolk deed ook alsof het hun eerste overtocht was en beweerden van niets te weten. Uiteindelijk bleek de rondvaart afgelast en moesten we ons maar een uur of 3 bezig houden op het eiland. De boten voeren beide leeg terug naar het vaste land. Om kapot te gaan, dit overschreed alle grenzen. Vermoedelijk was de boot niet vol genoeg en bracht het dus niet genoeg op om tijdens de voormiddag de rondvaart te doen. Wij zijn dan zo dat het voor ons om zeep is, andere maken het er het beste van, maar wij kunnen niet echt genieten van een gedwongen verblijf op een eiland. Waar trouwens niet zoveel te zien is want je loopt er constant tussen hagen en muren. Je kan er fietsen huren, maar met de hond is dat nogal moeilijk. Trouwens goed dat we het beestje bij hadden, ik moet er niet aan denken dat ze alleen in de mobilehome zou achtergebleven zijn en dan zolang op een eiland geblokkeerd zitten. Het weer was trouwens ondertussen prachtig, volop zon en de wind was eindelijk ook wat gaan liggen. We hadden vooraf nog een Bretoense koek gekocht en een flesje drinken hadden we ook bij. Daar hebben we het dan maar mee gedaan hè, koppig als we zijn.
Een uurtje voordat de rondvaart moest beginnen zaten we al in de haven te wachten, het was er trouwens goed zitten in het zonnetje. Uiteindelijk konden we om 15.00 h de boot op voor een rondvaart. Die was wel echt de moeite waard. Lekker op volle zee tussen al die rotsen en eilanden.
Na de rondvaart vaarde de boot terug naar de haven op het eiland. Iedereen moest voor een half uur van boort en daarna zou de boot terug varen naar het vaste land. In de haven stonden echter rijen mensen aan te schuiven om terug te varen. Er waren buiten ons nog een aantal gedupeerden van de voormiddag aan boort en wij waren het er in alle talen vrij vlug over eens dat we niet van de boot af zouden gaan vooraleer we aanlegden aan het vaste land. Na wat over en weer gepraat met de “matrozen” die dus hun eerste werkdag schenen te hebben, riep de schipper dan toch rond dat we mochten blijven zitten. Uiteindelijk terug aan wal, zoals dat heet, en gelukkig aan de juiste kant.
Normaal hadden we nog een drukke dag moeten afwerken, maar de pit was eruit. De beste optie voor die dag was geweest als we gewoon gezellig op die parking hadden gebleven, een wonder mooi zicht en een mooi grasveld, maar ja we zijn soms toch zo koppig hè en we moesten nog zoveel doen.
Op zoek dan maar naar een parking in de buurt van de Côte de Granit Rose. Trébeurden is een parking die in alle boekjes staat, maar wij vonden die nogal sterk tegenvallen. Het is een grote cirkel in de duinen vlak bij een drukke hoofdweg. Helemaal niet gezellig. Dus maar verder gereden naar Trégastel, ook deze parking verdient geen pluspunten. Eén grote dolomiet vlakte, geen spiertje gras en naast diezelfde drukke weg. Hopelijk slapen we een beetje.
Morgen houden we het rustig, eerst de Côte de Granit Rose en vervolgens een mooie parking opzoeken om eens wat te relaxen. Misschien St-Pol de Leon, die op een Duitse website een zeer goede beoordeling kreeg, idem als Plouha.

05/07/2002 Vrijdag. Een rustdag, ja maar iets anders dan dat we ons voorgesteld hadden. Het was zo'n mooi weer geweest dat we onze jassen eindelijk in de kast hadden opgeborgen. Helaas te vroeg. Het had de ganse nacht geregend en niet zo'n klein beetje. De dolomiet vlakte was herschapen tot één grote modderpoel. Dingen gaan bekijken of op ons gemak in een zetel gaan zitten buiten zat er niet in. We hadden nog dat adres van de mobilehome herstelbedrijf in Lannion op zak en aangezien je die dag toch niets anders kon doen, zijn we maar daar maar naartoe gereden. Prima service trouwens bij Britways Cars. We hebben daar ook zo'n Engelse rondom antenne gekocht, die was daar 50€ goedkoper dan bij ons. Het regende ondertussen nog steeds even hard, het was dus echt wel een rotdag. Ria had iets met Roscoff een havenstadje in het noorden net voorbij St-Pol de Léon. Deze voorkeur kwam er door een foto van het internet, maar foto's geven ook niet alles weer natuurlijk, zoals bijvoorbeeld die van Trébeurden. De parking was net buiten het stadje gelegen tussen het stadje en de haven. Op de foto zaten mensen lekker buiten op een bank in het zand, nu was dat zand natuurlijk een modderbad geworden. We hadden nog juist een plaatsje op het gras zodat we onze voeten toch een beetje proper konden houden en we zijn dan toch maar gebleven. We moesten vroeg of laat toch eens buiten komen, dus de jassen maar aan en op stap naar het stadje. Het is er een beetje Engels en Engelsen liepen er ook met kladden rond. Je hoorde meer Engels dan Frans. Er is dan ook een ferrylijn naar Plymouth vanuit Roscoff. Tijdens de wandeling hield het eindelijk op met regenen en piepte een schuchtere zonnestraal door de wolken. Je kan wel eens vertellen na een zonnig verlof dat de zon altijd geschenen heeft, maar als je zo'n zonnestraal ziet na een nacht en een dag regen dat is nog iets anders hoor. De woorden die je daar aan vuil maakt, je weet ineens weer waarover praten.
Terug bij de Mobi hebben we dan alle matten maar te drogen gehangen, want die waren ondertussen allemaal nat, vooral in de deur. De rubber in de deur is onderaan versleten door het in- en uitstappen en dus niet meer waterdicht. We moeten maar met verlof gaan als het droog is!
Morgen, morgen gaan we naar het zuiden, we vergeten de Côte de Granit Rose en hopen op goed weer op Presqu' Ile de Crozon. Morgat is dé uitverkoren plek.

06/07/2002 (ZA) Het regende nog steeds niet, dat zat dus goed en het werd ook steeds beter. De rit ging van Roscoff naar Landiviscau, Sizu en zo verder naar La Faou. Hier zijn we even uitgestapt, want dit is wel een gezellig stadje. Daarna naar Crozon en Morgat. Dit is echter een mobilehome onvriendelijke gemeente geworden. De mobilehome, slachtoffer van zijn succes? We hadden bij het binnenrijden een enorm groot bord gezien bij een winkelcentrum met reclame voor een parking voor mobilehomes met wel 300 plaatsen. Je moest dan wel een Smart of zo bijhebben om in Morgat te geraken want dat was wel enkele kilometers verder. In Morgat zelf zie je enkel doorstreepte mobilehomes. Nergens welkom dus. We hadden nog zo gehoopt om nog eens een parking te vinden dicht bij het centrum met toch een mooi uitzicht op zee of de haven. Ik heb wel de indruk dat mobilehomes in Bretagne uit de centra verbannen worden en worden verwezen naar achterbuurten. Het ergste was eigenlijk dat het weer eindelijk mooi was, te mooi om een parking te zoeken.
Niets aan te doen, maar verder naar Camaret sur Mer, daar zijn er twee vermeld in de boeken. Bij het binnenkomen van het stadje stonden er verwijzingen naar 2 plaatsen. De eerste in de Rue de Gare, een beetje achter het stadje niet al te ver van de haven, er stonden daar een paar mobilehomes, niet echt slecht. Een tweede gevonden, die nergens vermeld stond, helemaal op het einde van de baai achter de hoek; op een kiezel terrein, niet gezellig en voor de rest verlaten. De andere zou zich in de buurt van de menhirs bevinden. Dus dan maar eerst de menhirs vinden en dan vind je de rest ook wel. De parking daar is in aanleg en zal 75 individuele plaatsen hebben. Zeer mooi, later, nu totaal verlaten. Er was nog een service punt vermeld in de boeken aan de camping municipal. Aan het service punt zelf was geen parking, maar de camping zag er wel zeer uitnodigend uit. Veel gras, bomen en rust. Dus zijn we daar maar gaan staan, een echte verademing uiteindelijk. En dit voor een kleine 10€ elektriciteit en hond inbegrepen, niet overdreven en zeer proper. We hebben wel moeten lozen voor we binnen reden, want daar waren op de camping zelf geen voorzieningen voor. Lekker de zetels uitgepakt en alle matten nog eens te droge gelegd en dan lekker het zonnetje in met een drankje. Zalig vakantie. Een uurtje toch, want dan hadden we lang genoeg stil gezeten. Ria had ondertussen de boeken erbij genomen en gemerkt dat de Pointe de Penhir op wandelafstand van de camping moest zijn. Alles bij elkaar gepakt en op stap dan maar. Eerst voorbij de menhirs en zo van de weg afgedwaald en op een wandelpad langs de kust terechtgekomen. Een deel van de grote GR34, een prachtige wandeling, 100% aan te raden. Alleen best niet op sandalen doen, met een goede bottine is het beter stappen daar. Je had daar een geweldig mooi zicht op de zee en de grillige kust. Hier en daar waren er diepe kloven. Mooi zoals de zee daarin klotste. Bij het benaderen van 1 van zo'n kloof kwam er plotseling een adder uit het gras gekronkeld. Dat was even verschieten.
Ergens midden in een stuk Atlantic Wall van de Duitsers, wat die toch allemaal laten maken hebben. Die bunkers zijn een dikke 55 jaar na datum nog altijd even imposant. In Normandië heb je Pointe du Hoc waar je de inslagkaters kan bewonderen van de geallieerde bommen, hier was alles nog natuurlijker. Overal kraters, stukken beton, verwrongen ijzer en overblijfselen van de fundamenten van kanonnen.
En dan eindelijk Pointe du Penhir, volgens het boekje de mooiste van de drie punten van Presqu' Ile de Crozon, en het was mooi, prachtig die kleuren van de rotsen; de zee, de lucht en het wit van het bruisen van het water dat tegen de rotsen slaat. Moet zeker bezocht worden.
Terug naar de camping via de hoofdweg een klein half uurtje, 2 tot 3 maal korter dan de heenweg en dan terug languit in de zetel.
Morgen doen we de twee andere punten Pointe des Espagnols en Cap de la Chèvre. Het weer belooft ook goed te zijn.

07/07/2002 Voor het weer is het duidelijk “Belofte maakt geen schuld”. De ochtend was grijs, mistig en nat. Je zag geen honderd meter ver. Wat doe je dan als je het van vergezichten moet hebben. Het was dan ook al bijna middag toen we dan toch maar de trip naar Pointe des Espagnols aanvingen. We reden volledig in de mist en in de wolken. Op de middag klaarde het even op en toen konden we de “rade de Brest” bewonderen. Hoewel bewonderen, wat is er zo mooi aan een industriële haven buiten de boten. We volgden op dat moment een trip uit de Groene Michelin gids en die leidde ons naar Le Fret. In Le Fret waren het “le fête de la mer”. Met eettentjes, muziek en veel bootjes. Spijtig dat we ondertussen al onze picknick op hadden en dus totaal geen honger meer hadden en dat heb je toch wel nodig als je aan zo’n schotel fruits de mer wilt beginnen. Maar wij hebben wel 2 uur naar de bootjes zitten kijken. Ze waren er in alle soorten en maten, vooral oudere met bruine of okerkleurige zeilen.
Uiteindelijk toch maar verder gereden. Tijdens de rit, doordat het weer dan toch wat opengetrokken was besloten om de grotten van Morgat te bezoeken.
Aan de haven stonden wel 15 mobilehomes. Wat een verrassing tegen gisteren toen stond er geen enkel. Toen we aankwamen was het nog helder, maar terwijl we aan het wachten waren op onze boot, viel de mist, alias motregen, weer neer en zag je geen 500m meer.
Ondertussen was er een bootje teruggekomen en alle opvarenden die uitstapten gingen druk palaverend naar hun mobilehomes. Tegen de tijd dat wij op de boot mochten, stond er nog slechts 1 mobilehome, de onze dus. Maar zolang je maar niet bleef slapen was er geen probleem, wist het Franse gezelschap nog te vertellen. Het was blijkbaar een clubje dat geregeld uitstappen doet.
De rondvaart naar de grotten was mooi, de kleuren dat die stenen krijgen is gewoon niet te beschrijven.
Omdat we niet mochten blijven slapen in Morgat, moesten we terug op zoek naar een slaapplaats. Even halt gehouden in Crozon, waar dat groot bord staat van 300 plaatsen voor mobilehomes. Blijkbaar is ook deze parking nog niet gans af, de ingang was gebarricadeerd met omgelegde winkelkarretjes. Ook het grote plein aan het vroegere station kon ons niet echt bekoren. Je staat daar in 't midden van een aantal drukken invalswegen in 't zicht van iedereen, niet echt gezellig. Dan maar terug naar Camaret sur Mer. Voor de verandering hadden we de parking aan het oud station gekozen. Deze plaats ligt eigenlijk zo slecht nog niet, op wandel afstand van de haven en vlak bij een groot warenhuis.

08/07/2002 's Morgens de gordijntjes omhoog en het was zelfs nog grijzer dan gisteren. Goed en wel koffie gezet; komt er een bruut bonken op alle geparkeerde mobilehomes. Blijkbaar was de parking privé eigendom en moest iedereen onmiddellijk vertrekken. Ik verschoot dat de Fransen zo snel reageerden. Ik dacht zeker dat die zouden treuzelen, maar ze waren zo snel weg, met andere woorden wij waren de laatste. Bij het wegrijden de boeken nog eens nagekeken, want tenslotte werd er in het binnenkomen van het dorp reclame gemaakt voor deze parking. Bleek dat we de parkeerstrook op de straat hadden moeten gebruiken.
Door het slechte weer zijn we gevlucht, maar waar moesten we naartoe? Eerst maar eens naar Locronan. Prachtig dorp, echt Engels, een bezoek zeker waard. Maar het weer bleef zeer slecht en besloten we de punt van Bretagne maar te verlaten, wat onder andere inhield dat we Pointe du Raz ed. zouden overslaan. Eerst nog langs Concarneau, maar dan maar in een trek verder naar Carnac, waar de menhirs de moeite waard zouden zijn. Er staan er dan ook veel, heel veel. Eerst de verschillende sites even bezocht en geconstateerd dat er een geweldige parking was waar je echt heel mooi kan staan. We vonden er ook reclame voor Locmariaquer waar een zeer grote menhir ligt en een dolmen en een tumulus. Voor de één is het misschien de moeite om hiervoor 4€ neer te tellen, wij vonden het flink overroepen. Langs de buitenkant van de draad zag je er evenveel van.
In Carnac is er een officiële parking in het midden van het centrum, maar we hadden die mooie parking gezien daar aan de menhirs en daar zijn we ook gaan staan. We hebben daar zeer rustig gezeten, gegeten en de hond heeft een goed kunnen rond crossen en we dachten als er één staat, dan zullen er wel andere bijkomen staan. Neen dus, er zijn er een paar komen zien, maar die waren steeds even snel terug weg. Het begon dan ook nog te regenen en omdat we onder de bomen stonden was dat het breekpunt. Alleen en in de drup, neen, dan maar op de officiële parking in het centrum.
Ondertussen hadden we op TV gezien dat het in gans Frankrijk slecht weer was en onze dochter wist te vertellen dat het thuis al een paar dagen goed weer was. Dan vraag je je zo beetje af wat zitten we hier te doen?
Morgen naar Presqu' Ile de Quiberon?

09/07/2002 Om 4 uur is het beginnen regenen en om 8 uur als we opstonden regende het nog steeds even hard. We zaten redelijk diep in de put door al die regen. Ria besloot dat het beter was om maar naar huis te rijden, beter dan hier in de regen te zitten en eigenlijk kon ik ze geen ongelijk geven. Maar eerst moesten we nog lozen en vers water opdoen. En ondertussen brak de lucht en was er het eerst sinds verschillende dagen een streepje blauw te zien. Tegen de tijd dat we klaar waren, was de lucht al aardig opengetrokken. Dan toch nog maar wat verder rijden.
Het eerste punt op de agenda was een bezoek aan Presqu' Ile de Quiberon en zijn Côte Sauvage. We zijn hier langer gebleven dan we verwacht hadden. De kust aan de westzijde is inderdaad redelijk indrukwekkend. De zuidpunt valt wat tegen en Port Maria is drukker dan Knokke en het Zoute samen, maar de kust terug omhoog was rustig en een bezoek zeker waard. Het was eb en we konden naar beneden klauteren en tussen de rotsen wandelen. Dat was eens iets anders dan er telkens van boven naar staan kijken. Na Quiberon stond de Golf du Morbihan op de agenda en het was mooi weer dus we moesten ervan profiteren. Toen we Quiberon afreden, was er in de andere richting een aaneengesloten rij auto's die het schiereiland op wilden. Misschien toch beter 's morgens op bezoek gaan.
We gingen de trip van de Groene gids volgen, maar Locmariaquer konden we overslaan, dat hadden we gisteren al gehad. Dan maar meteen naar Auray en vandaar via de D101 naar Larmor-Baden. Hier constateerden we dat de golf zo groot is dat je zoiets niet kan overzien van op de grond. Er was niet echt veel te beleven, maar er zijn wel 3 plaatsen voorzien op de parking voor mobilehomes. Vervolgens verder gereden naar Port Blanc, alleen moet je dan wel de wegwijzers naar Ile aux Moines volgen. Raar, wegwijzers naar een eiland. Port Blanc is dan ook niet meer dan een paar huizen en twee vrij grote parkings met op de hoeken een restaurant en er was natuurlijk de haven.
We waren nog juist op tijd om de boot te nemen voor een rondvaart, 11€ de man, maar eerst nog snel de short geruild voor een lange broek en de jassen mee en dat was maar goed ook, want op zee was het ferm koud. De boottocht ging van Port Blanc via Ile aux Moines naar de doorgang van de Atlantische Oceaan en is zeker de moeite waard.
Toen we terug kwamen een pizza besteld. Toen we bij de Mobi kwamen merkten we dat alle auto's rond ons een verkeersboete achter de ruitenwissers hadden zitten, behalve wij. We stonden met z'n allen dwars op een bussenparking. We wisten alleen niet of die briefjes er al staken of ze er gestoken zijn tijdens onze boottocht. Eén wagen had een briefje van een paar dagen terug en dat geeft ons moed, misschien zaten de anderen er ook al, anders zal de boottocht 35€ duurder zijn.
Een ander plaatsje gezocht en dan lekker de pizza verorbert, de lekkerste sinds jaren moet ik zeggen. Nadien zijn we verder gereden naar Arradon, daar zouden een aantal parkings zijn naast de gemeentelijke camping. Ze waren er ook onder de vorm van een parkeerstrook naast de weg. Je staat daar dus letterlijk op straat te kamperen, een Engelsman, n'n echte mobilehome freak waarschijnlijk, had zich daar netjes geplaatst. Wij vonden het maar niets.
Het was die dag echter al druk genoeg geweest en we waren dan ook flink moe, dus zijn we maar de camping op gereden. Voor iets meer dan 7€ stonden we op een zeer nette camping met gratis douche.
Morgen Presqu'ilede Rhuys, de andere arm van de golf de Morbihan en de zout moerassen rond Presqu'ile de Guéraude of zal het weer onze dag weer gaan bepalen?

10/07/2002 's Nachts een flinke bui gekregen, maar tegen de morgen voor de eerste keer dit verlof de zon. Te voet naar de bakker in het dorp, ook de eerste keer; voor een bagette en 2 croissants.
Na het ontbijt vertrokken naar Presqu'ile de Rhuys. Na de nodig omleidingen in Vannes uiteindelijk toch de goede richting gevonden. We dachten iets meer zicht te hebben op de golf vanaf de D780, maar dat was noppes. Dan maar de kleine weggetjes gaan volgen. Begonnen bij het piepkleine Le Lojo. Daar was het heerlijk zitten op een bank in de zon, kijken naar de oesterbanken en de mensen die zich klaarmaakten om er te gaan werken van zodra het water laag genoeg is. Er is 1 restaurantje en daar wilden we gaan eten, maar het was nog maar 5 na 12 en we werden vriendelijk wandelen gestuurd. We hadden ons terug op de bank moeten zetten en een half uurtje moeten wachten, maar zo zijn we dan weer niet hé. Altijd maar verder naar de volgende halte.
En die was ook zeer mooi, al stond er dan helemaal geen huis meer. De parking aan de golf in Pointe de Ruaud staat op de meeste kaarten niet eens op en toch was het er redelijk druk.
De meeste mensen kwamen er om te gaan werken in de oestervelden en zoals velen kan ik uren zitten kijken naar mensen die werken. We hebben daar dan ook ruim 2 uur gestaan.
Ze varen er met platte boten tot bij de oesterbanken en wandelen er daarna gewoon tussen. Uiteindelijk staan de banken bijna volledig droog, maar dat duurt gewoonlijk niet lang.
Er waren ook een paar mensen op hun knieën door het slijk aan het kruipen op zoek naar schelpen, de naam ken ik niet, maar ze zouden heel lekker zijn en heel duur. Het is dan ook duur verdiend, vind ik.
Even hebben we overwogen om daar maar de ganse dag te blijven staan, maar uiteindelijk heeft de drang om verder te gaan toch weer gewonnen. Spijtig? Wie zal het zeggen, want we moesten richting Piriac-sur-Mer om morgen de zoutvlaktes te gaan bezoeken.
In Piriac-sur-Mer zijn 2 parkings. De eerste naast de drukke kustweg, maar met zicht op de oceaan, de andere 6 km verder aan de andere kant van de stad. Deze parking ligt iets verder van de baan en is omgeven door struikgewas en er is een park om in te wandelen. De zee is er een 100 m vandaan.
Het werd dus kiezen tussen de 2. Het werd uiteindelijk de tweede omdat deze parking rustiger is en veel vlakker. Beide parkings kosten 3€ met inbegrip van het nemen van water, alleen hebben ze wel van die ovale kraantjes gemonteerd.
Ik heb er toch maar eens even van geprofiteerd om eens in de Atlantische oceaan te zwemmen. Dit had ik tenslotte nog niet gedaan. Het was koud en zout en het water zat vol zeewieren, maar het deed wel deugd.
Daarna nog even in de zetel naast de Mobi en een babbel met de buren. Dat was ook lang geleden, nog eens buurten. Maar al vlug verdween de zon en werd het te fris buiten en kroop iedereen maar naar binnen.
Bij de avondwandeling nog even gestopt bij een Frans koppel met voor de uitzondering een mooie Labrador. Zij waren oesters en krabben aan het eten en dat zag er niet slecht uit. Ze hadden de krabben klaargemaakt gekocht in een klein vissersdorpje Quimiac. Misschien iets voor morgen? De zoutvlaktes alleszins. Trouwens, het was al de tweede dag goed weer!

11/07/2002 Rond 7 uur een bui op ons dak, dus nog maar even doorgeslapen. Rond 9 uur rustig opgestaan en klaar gemaakt voor een rondrit door de zoutvlaktes.
Eigenlijk is het gebied te groot om te kunnen overzien, je zag in de ondiepe waterplassen wel de bekende kleurschakeringen, maar door de bewolking was het water nogal donker. We waren er nogal snel uit.
We zijn dan nog verder langs de kust gereden en hebben hier en daar nog gestopt. Zo ook in La Turballe. Hier is ook een parking voor mobilehomes langs de grote weg midden in het centrum. Het zicht is nul, je staat gewoon tussen hoge muren en de meeuwen zijn alom tegenwoordig. Sommige auto’s zagen bijna wit van je weet wel wat. Het liep allemaal niet zo goed vandaag, misschien gewoon te lang in bed gelegen?
Vervolgens een rondrit op Presqu’ile de Guérande. In Le Croisic is er ook een parking die mooi gelegen is, hoewel hij ook in het centrum gelokaliseerd is. Le Croisic is een stad die een bezoek zeker waard is, maar dan moet je er niet, zoals wij, op de marktdag aankomen, dan vind je namelijk geen enkel plaatsje.
Er staat in Bahr sur Mer één van de mooiste windmolens die ik ooit gezien heb. Langs de kustweg op Presqu’ile de Guérande zijn mobilehomes echter niet echt welkom. Er mag niet geparkeerd worden tussen de weg en de zee. De Côte Sauvage, ja zo heet die hier ook, was minder imposant dan die van Quiberon. Het was wel eb en dat scheelt natuurlijk wel. De rotsen zagen er zwart. Er waren wel diepe kloven ingesneden in het land, waardoor je duidelijk kan merken dat de kust flink te lijden heeft van de Atlantische oceaan die er constant tegenaan beukt. Daar we in La Baule, volgens onze buurvrouw van gisteren, al helemaal niet welkom waren, zijn we terug de zoutvlakte ingereden. Volgens de Groene gids van Michelin zou er een mooi uitzichtpunt zijn over de zoutvlaktes ergens tussen Clis en Trescalan. Volgens ons zijn ondertussen de bomen een flink eind gegroeid sinds hun laatste bezoek hier, want van een mooi uitzicht was duidelijk geen sprake.
Dan maar een plaats gaan zoeken voor het middageten, onze keuze viel op de
parking in Piriac-sur-Mer met zicht op de oceaan.
Na wat gerust te hebben, zijn we op zoek gegaan naar de oesters en de krabben verkopers in Quimiac. Echter niet gevonden. Volgens de dame gisteren waren het kraampjes en misschien staan ze er niet alle dagen. In elk geval geen krab voor het avondeten.
Dan de weg aangevat, eigenlijk de eerste stap huiswaarts, naar Damgan. Onderweg hebben we een paar mooie stadjes gepasseerd, waaronder Guérande, een middeleeuws stadje, zeker een bezoek waard als je een parkeerplaats vindt. Door de poort van de omwalling zag het er allemaal heel mooi uit. Ook La Roche Bernard is zeer mooi. Vanaf de hoge brug heb je een fantastisch zicht op de rivier en de begroeide oevers.
In Damgan is de parking zeer goed aangegeven. Het is een ruime parking vrijgehouden voor mobilehomes. Het kost er 4€ water en lozen inbegrepen. Voor het water heb je wel een speciale waterdief nodig, als je tenminste niet met jerrycans wilt rondlopen, want het kraantje is dun en zonder schroefdraad. Ik zo trots als een gieter, want ik heb zo’n ding en dat heeft voor de eerste keer eens kunnen dienen en dat ging heel goed.
Morgen de eerste etappe naar huis, richting Cancale. Het was de derde dag redelijk goed weer, maar morgen zou het weer gaan regenen. Volgende week wordt het zomer zeiden ze er nog bij.

12/07/2002 ’s Morgens waren er dus buien in Damgan. Na de komst van de bakker rond 10 uur vertrokken naar Cancale, terug naar het noorden van Bretagne. Onderweg wat buien gehad, maar de Atlantische storing viel al bij al nogal mee.
De parking in Cancal is op zich wel mooi, maar hij ligt op een helling met andere woorden er is geen enkele vlakke plaats te vinden. Op sommige plaatsen kom je zelfs met de blokken niet toe.
Cancal op zich is de moeite, vooral bij eb. Dan komen alle oesterbanken boven water. 365 ha oestervelden, goed voor 4000 ton oesters per jaar. Op de pier kan je oesters kopen in de stalletjes, ik heb er 6 gekocht voor 2,40€. Spijtig dat je er geen glaasje wijn bij kan kopen. In de restaurants wel natuurlijk, maar dat was niet de bedoeling.
Het is daar in die oestervelden wel verschrikkelijk druk, er kwam de ene tractor na de andere aangereden, de ene met een kar vol oesters, de andere met een kar vol werkvolk.
Omdat de parking van Cancal toch niet je dat is, zijn we maar verder gereden langs de kust richting Mont St.-Michel. Dit was een meevaller.
We waren in eerste instantie op zoek naar de parking in Le Vivier sur Mer. Er zijn er blijkbaar meerdere, de ene langs de weg met zicht op zee is zeer mooi aangelegd en kost 3€ per nacht. We zijn dan maar verder gereden.
Het uitzicht over de baai is langs deze weg gewoon prachtig. Vlak voor Cherrueix is er een kleine splitsing met een paar oude molens op een hoge dijk. Toevallig hebben we daar de mooiste namiddag gehad van ons verlof. De zon scheen de ganse namiddag, maar om 19 uur moesten we nog op zoek naar eten mosselen, look en stokbrood voor één van onze lievelingsgerechten. Mosselen gebakken in de pan met look en het brood soppen in het nat, ongewoon lekker. ’s Avonds bij opkomende vloed, stak er een flinke wind op.
We hebben besloten om hier te blijven staan, dus maar hopen dat de wind bij eb terug gaat liggen.

13/07/2002 De wind ging niet liggen, maar werd erger, met rond 3 uur waarschijnlijk een hoogte punt. Ria was er helemaal niet gerust in, want de Mobi schudde, kraakte en de wind floot door alle gaten. Terug in slaap geraken was er niet echt bij. We hadden, toen we om brood reden, een parking opgemerkt aan het kerkhof van Cherrueix een paar honderd meter terug en redelijk beschut door een hoge haag. We zijn dan maar midden in de nacht naar daar gereden.
’s Morgens om 7 uur scheen de zon volop en was de lucht blauw, het waaide nog wel wreed hard.
In het dorp een paar “baguettes" gehaald en terug naar de dijk want voor het ontbijt is zicht op de baai toch beter dan zicht op het kerkhof.
Na het ontbijt moesten we het tweede deel van onze trip huiswaarts aanvatten, namelijk naar Deauville/Trouville. Richting Bretagne waren er kilometers lange files, maar in onze richting naar het noorden was het verkeer zeer rustig.
Neem echter nooit de D27 om van Caen naar Deauville te rijden. Dit is namelijk een marteling van 40km. In Deauville was het natuurlijk zoeken. We moesten de parking hebben aan de “Av. des Sports”, niet zo simpel. Uiteindelijk zag Ria in het terug buiten rijden, want we hadden alle hoop opgegeven, voetbalvelden. Toch nog maar een keer het rondpunt genomen en inderdaad de juiste straat en de parking. Er zijn daar een 10-tal plaatsen, gratis water, mogelijkheid om te lozen en gratis elektriciteit. We hadden ons al min of meer goed geïnstalleerd toen we 2 Duitsers hoorden praten over een andere parking. Bij navraag blijkt er inderdaad nog een grote parking te zijn aan de jachthaven. Er stonden wel borden “Camping car & Pique-nique” verboden, maar er stonden wel een 15-tal mobilehomes. We zijn er dan maar bij gaan staan en volgens een Fransman die zich ook aardig geïnstalleerd had, mag je er parkeren tot 14/07, daarna mag het niet meer.
Zo staan we er uiteindelijk met een beetje zomer aan de jachthaven van Deauville. Prachtig uitzicht.
Enige kanttekening, 13/07 is de avond voor 14/07. Overal bommetjes die werden ontstoken. Pluspunt dan weer is het vuurwerk ’s avonds.
Morgen naar Le Touquet. Misschien is het weer dan nog een beetje beter.

14/07/2002 In Le Touquet is de parking volledig opnieuw aangelegd, zeer mooi. Er zijn ook beperkingen bij gekomen, kwestie van parkeren langs de weg en het verkeer is ook beter gescheiden. De kraan is nog wel altijd dezelfde, zo’n stomme ovale drukkraan.
Onze buurman, een Duitser, had een zeer handig vuurtje bij van Camping Gaz, ter vervanging van een barbecue.
Na de afwas stond er een plas water onder onze Mobi. Deze plas blijkt afkomstig te zijn van het vaatwasbakje. We weten dus weer wat te doen als we thuis komen.
Maar eerst toch maar een dagje lekker genieten.

Reacties

Populaire posts van deze blog

09 & 10/2019 - Dordogne

2019/01 Status - Aan zee