2003/04 Lago Maggiore
2003/04 – Een weekje Italië - Lago Maggiore
12/04/2003 Vertrokken voor een trip naar Lago Maggiore. Het eerste spannende van de dag was de vraag of de autosnelweg richting Trier nu open is of niet. Michelin gaf in elk geval de route langs daar. Doordat de snelweg inderdaad open is, ben je nu op een kleine 3 uur aan de Moezel vanuit Beerse.
De eerste halte was Breisach am Rhein. Een mooie, rustige parkeerplaats gelegen langs de Rijn en plaats voor zeker een 70-tal mobilehomes. De prijs per nacht is € 5,00. Voor service, zelfs voor het lozen van water moet apart betaald worden.
13/04/2003 ’s Morgens zeer vroeg wakker en maar opgestaan want de weg was nog lang, los door Zwitserland. Aan de grens een wegenvignet moeten kopen voor € 30,00 en dan mochten we binnen. Het doet wel raar om te moeten stoppen aan de grens, je bent dat niet meer gewend. De tunnels in Zwitserland worden steeds langer, naargelang je verder in Zwitserland bent. Iets onder Basel heb je de eerste lange tunnel ± 3 km. Onder de Vierwaltstatter see heb je er één van 9 km en dan de kers op de taart de St Goddard met 17 km.
Al bij al is door Zwitserland rijden een dikke 300 km, maar het duurt vrij lang. Door al die tunnels met de nodige snelheidsbeperkingen kan je maar een gemiddelde snelheid halen van een 80 km/h. Echt mooi tijdens de rit zijn natuurlijk de bergen met waarschijnlijk weinig sneeuw voor de tijd van het jaar. Ook zeer mooi is de Vierwaltstatter see nabij Luzern. Voor mij was het de eerste kennismaking met Zwitserland.
In de vroege namiddag kwamen we aan in Cannobio. De parking daar ligt erg achterin, maar is verder niet slecht gelegen en zeer goed bewegwijzerd. De dagprijs bedraagt € 10,00. Er was echter geen plaats meer voor ons. Allemaal Duitsers, een 30 a 40. We hebben ons daar toch maar even op een braak liggend perceel geplaatst voor het middag eten en voor een snelle verkenning van het stadje. Omdat we nogal van markten houden en we die van Cannobio juist gemist hadden en ze zag er vrij indrukwekkend uit, besloten we door te rijden naar Baveno. Daar zal het morgen markt zijn
In Baveno is er een goede parking achter de spoorweg. Zoals reeds beschreven juist voor de supermarkt rechts onder de spoorwegbrug door. De parking is zeer rustig en netjes en alle faciliteiten zijn er beschikbaar. Je wordt wel gevraagd € 5,00 te gaan betalen op de Toerist Info. En alle mensen deden dat en zo hoort het ook. Zo blijft het duren en anders sluiten ze de boel, zoals momenteel op verschillende plaatsen in België.
14/04/2003 ’s Morgens marktkramers alom, toch viel de markt danig tegen. De ene markt is de andere niet, we hebben daar hoop en al een half uurtje rondgelopen.
Na het verversen van het water ed. doorgereden naar onze hoofdbestemming namelijk Stresa. In Stresa juist voor het benzinestation kan je een klein straatje inrijden dat naar een strand leidt. Zo kom je op een eerder beperkte plaats waar mobilehomes mogen staan. We hebben geluk en kunnen ons met onze neus vlak bij het water plaatsen.
Je staat daar eigenlijk niet in Stresa, maar in Carciano. De busboot vertrekt 100m verder, maar wel opletten voor de piraten die je in hun bootje willen lokken voor veel geld uiteraard. We kennen dit nog van Venetië, 25 jaar geleden, als je eens gepakt bent vergeet je dat niet meer. Ook de kabellift naar de Mottarone (1491m) vertrekt vlakbij.
Na de middag hebben we tickets gekocht voor een boottocht naar de eilanden Isola Bella en Isola dei Pescatori (€ 6,00/persoon). Isola Bella is zeer mooi, maar je moet er wel een bezoek aan het kasteel en de tuin bijnemen (€ 8,00/persoon). Anders ben je er op 5 minuten uitgekeken. Het kasteel is trouwens de moeite van een bezoek meer dan waard, evenals de tuin. Een aanrader.
Na Isola Bella de boot op naar Isola dei Pescatori, volgens sommigen mooier dan Isola Bella. Omdat onze halte, Carciano, geen hoofdstopplaats is van de busboot hadden we zo’n 1,5 uur om het eiland te bezoeken.
Ik denk dat je na een kwartiertje het eiland van voor naar achter, van links naar rechts en nog eens over het midden bekeken hebt. Bleef er dus nog 1 uur en 15 minuten vooraleer we de boot op konden. Dit deed ons denken aan onze ervaring met Ile de Bréhat in Bretagne vorig jaar, waar we 3 uur gevangen zaten. Gelukkig kwam er nog een boot en half uur vroeger, maar wel naar Stresa, volledig de andere kant van het stadje. We hebben die toch maar genomen en hebben zodoende de ganse promenade van Stresa af gewandeld. We waren een kleine 5 minuten in onze Mobi toen de boot aanmeerde in Carciano. Er staan trouwens prachtige hotels langs die promenade, maar geheel voelt wel een beetje steriel aan. Een beetje teveel chichi.
In de loop van de dag had er zich een grote dikke wolk rond de Mottarone genesteld. Een vriendelijke Duitser vertelde ons dat als die wolk er hangt, je geen barst ziet boven.
15/04/2003 Dinsdag morgen, eerst wat afgewacht of de wolken en de nevel al of niet zouden optrekken en dan toch maar doorgebeten voor een bezoek aan de Mottarone. Een kabelbaan brengt je in twee stappen van elk 10 minuten naar de bergtop (€ 11.50/persoon).
Boven heb je wel een zeer mooi uitzicht. We hadden een beetje te veel nevel echter om echt ver te kunnen zien. We hebben rond de top gewandeld en nu en dan trok de nevel wat op en dan zag je toch wat verder de andere meren liggen (Lago di Nonate & Lago di Varese naar het oosten en Lago d’Orta aan de andere kant). Bij heel helder weer kan je tot het Garda meer kijken, wordt beweerd.
Om te bewijzen dat we echt geen ezels zijn, hebben we ons nog maar eens laten vangen aan het sluitingsuur op de middag. Ook in Italië sluiten kabelliften en dergelijke. Daar stonden we dus voor 1,5 uur te wachten. Om 13.40 uur zou de eerste lift terug naar beneden vertrekken. Er zat dus niets anders op dan wat te gaan eten in een restaurant, er zijn er verschillende op de top, maar er is er 1 vlakbij de kabelbaan. Voor een kleine € 25 hadden we een karig maal met een half litertje witte wijn en brood dat een kleine week geleden afgesneden was, op 1 stuk stond zelfs schimmel.
Toevallig kwamen er nog 4 Vlamingen binnen gevallen, ze bleken van Gent afkomstig. Zo wat over en weer gepraat, en zo kwamen we te weten dat zij speciaal naar boven gekomen waren om de afdaling te voet te kunnen doen. Het totale traject naar Stresa is zo’n 14 km. Nu waren wij naar boven gekomen met 3 klassen Italiaanse kinderen met een hoop lawaai en 3 jufvrouwen met nog meer lawaai. Voor de eerste rit naar beneden kwamen ook die kinderen terug opduiken. Wat ons deed besluiten om het eerste stuk van het kabelbaantraject ook maar te voet te doen. Op het plannetje leek dit niet ver. Maar als we iets verder nagedacht hadden, hadden we moeten weten dat het plannetje niet in verhouding getekend was, want uiteindelijk moest het halve traject afgelegd worden. Op de helft van het traject daalden we een dikke 500 m. Meestal ging dit recht naar beneden, zo zonder haarspeld bochten en zo, nee gewoon recht de berg af op een ondergrond van losse keien. Een ramp voor onze onderste ledenmaten. Ergens zowat halverwege hadden we de anderen even terug ingehaald. Zij hadden een 10-tal minuten rust genomen. Kompleet kapot kwamen we aan bij het tussenstation, ongeveer gelijk met die andere Vlamingen. Zij gingen na wat rust toch nog te voet verder. Wij gingen de lift nemen. En toen kwamen die kinderen weer op de proppen. Zij hadden ondertussen de Alpentuin bezocht en moesten nu ook verder naar beneden. We hebben dan maar op de volgende rit gewacht.
In het naar beneden gaan merkten we dat naast de plaats waar wij stonden, allemaal andere mobilehomes stonden en dat de andere zich op het grasveldje gezet hadden onder de muur van het benzinestation en niet meer aan het strandje.
Toen we daar aankwamen, wist die vriendelijke Duitser te vertellen dat de politie langs geweest was en hen had weggestuurd omdat je aan het strandje niet mocht staan. Een flinke boete hing hieraan vast. Er was nog juist een plaats op het grasveld, dus wij maar vlug verhuist.
16/04/2003 We hadden zo’n beetje alles gedaan wat we vanuit Stresa wilden doen. We hadden nog even overwogen om met de boot naar San Caterina del Sasso te varen, maar de uren vanuit Carciano kwamen niet goed uit.
Het volgende op het programma was verder rijden en aan een rondrit rond het meer te beginnen. Met stopplaatsen in Arona, Angera, San Caterina del Sasso, Laveno en als we heel snel zouden opschieten Luino als eindpunt, maar zover moesten we niet echt geraken. Luino ligt al terug verder naar het noorden dan Stresa. Volgens de boekjes zou er in Arona een parking zijn voor mobilehomes en dat zou dus onze eerste halte kunnen zijn.
Eerst nog even terug naar Baveno voor vers water en lozen van alles wat we kwijt wilden en voor boodschappen in de supermarkt. Niet echt gemakkelijk vlees kopen in het Italiaans, maar ons Ria trok al weer aardig haar plan.
Arona blijkt een zeer moeilijke stad te zijn om een parking te vinden en zeker voor mobilehomes. Het is een vrij grote stad en zeer druk en overal borden “Verboden voor mobilehomes en caravans”. Nog nooit zoveel van zulke borden gezien! Je hebt vanuit Arona wel een heel mooi zicht op Angera, maar dat doe je dan maar terwijl je rijdt, want stoppen zit er niet in. Vanaf Arona en tot een stuk voorbij Angora, met uitzondering van Angora zelf dan, is er geen snars te zien aan heel het Lago Maggiore.
Angera is een klein stadje met een grote burcht, hier kan je te voet heen, maar de wandeling van gisteren speelde ons nog parten en dus maar niet. De promenade langs het meer is zeer mooi, verder is het stadje zo dood als een pier in deze tijd van het jaar en midden in de week.
De volgende halt was San Caterina del Sasso. Een klooster dat tegen de bergwand aan gebouwd is. We hadden de intentie het klooster eens van buiten te bekijken, wat gezien het sluitingsuur van 12 tot 14.30 uur maar best was ook. Wij dus de hele afdaling naar het water om omhoog te kunnen kijken, voor piet snot natuurlijk. Helemaal beneden is er een aanleg steiger gemaakt in het water en vandaar kan je dan steil omhoog het klooster tegen de bergwand geplakt zien.
Op die steiger zaten trouwens mensen te wachten op de eerst volgende boot (klooster dicht) nog zo’n 2 uur blijkbaar, op een steiger van enkele vierkante meters. Mooi geregeld van die Italianen. Als wij de boot hadden genomen in Stresa, waren we op 11.30 uur aangekomen, het klooster is om 12.00 uur dicht en de volgende boot is om 14.00 uur, mooi toch. Wij zijn dan maar terug naar boven gegaan en hebben daar lekker naast onze Mobi op de parking gepicknickt. Een zeer mooie parking met veel schaduw. Je kan hier ook overnachten volgens sommigen, hoewel het geen officiële parking is.
Het was echter nog vroeg op de dag en zoveel was er nu ook weer niet te zien, dus zijn we maar verder gereden naar Laveno, daar zou ook een parking zijn.
Laveno is het eerste stadje aan het Lago Maggiore dat een beetje de vergelijking kan doorstaan met stadjes aan het Garda meer qua gezelligheid. Het uitzicht op het meer begint vanaf hier terug prachtig te worden en het is er een gezellige drukte met terrasjes ed. Maar de parking waar je zogenaamd kan overnachten was niet echt je dat. Het is gewoon een grote parking aan het station en dus geen voorbehouden parking voor mobilehomes. Gewoon in de blakke zon tussen de andere auto’s. Even dachten we eraan om terug over te zetten naar Intra (Verbania), maar uiteindelijk maar besloten door te rijden naar Luino.
In Luino is er langs de waterkant een zeer grote parking met bomen en wat lager gelegen dan de weg zodat je toch wat privacy hebt.
Bleek dat de markt in Luino nog bezig was, wij dus in zeven haasten daar naar toe, maar ze waren toch al aan het sluiten, we kwamen er dus achterdoor. Volgens het boekje staan hier wel 400 kraampjes en het duurde dan ook een hele tijd eer de laatste de marktkramer de stad had verlaten. Een regelechte file van marktkramers.
De rest van de avond daar nog wat rondgehangen en in een boek gelezen.
’s Avonds kwam de plaatselijke jeugd op de parking hun auto uitproberen, op dat zand met steentjes slipt dan gemakkelijk en geeft dat lekker veel stof.
Een gouden raad: blijf aan de oostkant en neem de boot om de andere kant te bezoeken en voor San Caterina, daar vaar je best gewoon voorbij.
17/04/2003 Donderdag en reeds volledig rond, dan maar richting Zwitserland, we zullen wel zien. Een dagje uitrusten aan de Moezel stond ons wel aan.
Aan het Vierwaltstatter see had ik een mooi dorpje gezien met veel open ruimte vlak naast de autosnelweg. Dat zou onze eerste stop zijn. Even hebben we overwogen om hier op de camping te overnachten, maar het was maar juist middag en we kwamen juist van een groot meer. Een klein beetje te veel meer. We hebben ons dus daar maar heel mooi gezet voor het middageten en daarna zijn we verder gereden richting Duitsland. Eerst dachten we terug te gaan naar Breisach am Rhein, maar omdat ik maar 1 keer pizza had kunnen eten, kreeg ik zin in Flammen kuche. Wij dus naar de Elzas, meer bepaald naar Kaisersberg, weet je, van vorig jaar.
Ditmaal was het goed te doen op de parking en omdat Ria gelezen had dat zwaar verkeer de weg naast die parking niet mag berijden tussen 22.00 en 6.00 uur zijn we deze keer blijven staan ook. En we hebben goed geslapen. Maar eerst lekkere, heerlijke Flammen kuche gegeten met een glaasje Elzas wijn die ook best te drinken was.
18/04/2003 Vrijdag doorgereden naar Enkirch aan de Moezel. Daar was het druk, maar er was nog wel plaats. De ganse namiddag lekker in het zonnetje gezeten met een boek en een glaasje bier en een mini pizza van de Intermarché.
’s Avonds rondgelopen in het stadje en een gezellige kroeg gevonden waar je zeer goed kan eten. Zo zag het er toch uit.
12/04/2003 Vertrokken voor een trip naar Lago Maggiore. Het eerste spannende van de dag was de vraag of de autosnelweg richting Trier nu open is of niet. Michelin gaf in elk geval de route langs daar. Doordat de snelweg inderdaad open is, ben je nu op een kleine 3 uur aan de Moezel vanuit Beerse.
De eerste halte was Breisach am Rhein. Een mooie, rustige parkeerplaats gelegen langs de Rijn en plaats voor zeker een 70-tal mobilehomes. De prijs per nacht is € 5,00. Voor service, zelfs voor het lozen van water moet apart betaald worden.
13/04/2003 ’s Morgens zeer vroeg wakker en maar opgestaan want de weg was nog lang, los door Zwitserland. Aan de grens een wegenvignet moeten kopen voor € 30,00 en dan mochten we binnen. Het doet wel raar om te moeten stoppen aan de grens, je bent dat niet meer gewend. De tunnels in Zwitserland worden steeds langer, naargelang je verder in Zwitserland bent. Iets onder Basel heb je de eerste lange tunnel ± 3 km. Onder de Vierwaltstatter see heb je er één van 9 km en dan de kers op de taart de St Goddard met 17 km.
Al bij al is door Zwitserland rijden een dikke 300 km, maar het duurt vrij lang. Door al die tunnels met de nodige snelheidsbeperkingen kan je maar een gemiddelde snelheid halen van een 80 km/h. Echt mooi tijdens de rit zijn natuurlijk de bergen met waarschijnlijk weinig sneeuw voor de tijd van het jaar. Ook zeer mooi is de Vierwaltstatter see nabij Luzern. Voor mij was het de eerste kennismaking met Zwitserland.
In de vroege namiddag kwamen we aan in Cannobio. De parking daar ligt erg achterin, maar is verder niet slecht gelegen en zeer goed bewegwijzerd. De dagprijs bedraagt € 10,00. Er was echter geen plaats meer voor ons. Allemaal Duitsers, een 30 a 40. We hebben ons daar toch maar even op een braak liggend perceel geplaatst voor het middag eten en voor een snelle verkenning van het stadje. Omdat we nogal van markten houden en we die van Cannobio juist gemist hadden en ze zag er vrij indrukwekkend uit, besloten we door te rijden naar Baveno. Daar zal het morgen markt zijn
In Baveno is er een goede parking achter de spoorweg. Zoals reeds beschreven juist voor de supermarkt rechts onder de spoorwegbrug door. De parking is zeer rustig en netjes en alle faciliteiten zijn er beschikbaar. Je wordt wel gevraagd € 5,00 te gaan betalen op de Toerist Info. En alle mensen deden dat en zo hoort het ook. Zo blijft het duren en anders sluiten ze de boel, zoals momenteel op verschillende plaatsen in België.
14/04/2003 ’s Morgens marktkramers alom, toch viel de markt danig tegen. De ene markt is de andere niet, we hebben daar hoop en al een half uurtje rondgelopen.
Na het verversen van het water ed. doorgereden naar onze hoofdbestemming namelijk Stresa. In Stresa juist voor het benzinestation kan je een klein straatje inrijden dat naar een strand leidt. Zo kom je op een eerder beperkte plaats waar mobilehomes mogen staan. We hebben geluk en kunnen ons met onze neus vlak bij het water plaatsen.
Je staat daar eigenlijk niet in Stresa, maar in Carciano. De busboot vertrekt 100m verder, maar wel opletten voor de piraten die je in hun bootje willen lokken voor veel geld uiteraard. We kennen dit nog van Venetië, 25 jaar geleden, als je eens gepakt bent vergeet je dat niet meer. Ook de kabellift naar de Mottarone (1491m) vertrekt vlakbij.
Na de middag hebben we tickets gekocht voor een boottocht naar de eilanden Isola Bella en Isola dei Pescatori (€ 6,00/persoon). Isola Bella is zeer mooi, maar je moet er wel een bezoek aan het kasteel en de tuin bijnemen (€ 8,00/persoon). Anders ben je er op 5 minuten uitgekeken. Het kasteel is trouwens de moeite van een bezoek meer dan waard, evenals de tuin. Een aanrader.
Na Isola Bella de boot op naar Isola dei Pescatori, volgens sommigen mooier dan Isola Bella. Omdat onze halte, Carciano, geen hoofdstopplaats is van de busboot hadden we zo’n 1,5 uur om het eiland te bezoeken.
Ik denk dat je na een kwartiertje het eiland van voor naar achter, van links naar rechts en nog eens over het midden bekeken hebt. Bleef er dus nog 1 uur en 15 minuten vooraleer we de boot op konden. Dit deed ons denken aan onze ervaring met Ile de Bréhat in Bretagne vorig jaar, waar we 3 uur gevangen zaten. Gelukkig kwam er nog een boot en half uur vroeger, maar wel naar Stresa, volledig de andere kant van het stadje. We hebben die toch maar genomen en hebben zodoende de ganse promenade van Stresa af gewandeld. We waren een kleine 5 minuten in onze Mobi toen de boot aanmeerde in Carciano. Er staan trouwens prachtige hotels langs die promenade, maar geheel voelt wel een beetje steriel aan. Een beetje teveel chichi.
In de loop van de dag had er zich een grote dikke wolk rond de Mottarone genesteld. Een vriendelijke Duitser vertelde ons dat als die wolk er hangt, je geen barst ziet boven.
15/04/2003 Dinsdag morgen, eerst wat afgewacht of de wolken en de nevel al of niet zouden optrekken en dan toch maar doorgebeten voor een bezoek aan de Mottarone. Een kabelbaan brengt je in twee stappen van elk 10 minuten naar de bergtop (€ 11.50/persoon).
Boven heb je wel een zeer mooi uitzicht. We hadden een beetje te veel nevel echter om echt ver te kunnen zien. We hebben rond de top gewandeld en nu en dan trok de nevel wat op en dan zag je toch wat verder de andere meren liggen (Lago di Nonate & Lago di Varese naar het oosten en Lago d’Orta aan de andere kant). Bij heel helder weer kan je tot het Garda meer kijken, wordt beweerd.
Om te bewijzen dat we echt geen ezels zijn, hebben we ons nog maar eens laten vangen aan het sluitingsuur op de middag. Ook in Italië sluiten kabelliften en dergelijke. Daar stonden we dus voor 1,5 uur te wachten. Om 13.40 uur zou de eerste lift terug naar beneden vertrekken. Er zat dus niets anders op dan wat te gaan eten in een restaurant, er zijn er verschillende op de top, maar er is er 1 vlakbij de kabelbaan. Voor een kleine € 25 hadden we een karig maal met een half litertje witte wijn en brood dat een kleine week geleden afgesneden was, op 1 stuk stond zelfs schimmel.
Toevallig kwamen er nog 4 Vlamingen binnen gevallen, ze bleken van Gent afkomstig. Zo wat over en weer gepraat, en zo kwamen we te weten dat zij speciaal naar boven gekomen waren om de afdaling te voet te kunnen doen. Het totale traject naar Stresa is zo’n 14 km. Nu waren wij naar boven gekomen met 3 klassen Italiaanse kinderen met een hoop lawaai en 3 jufvrouwen met nog meer lawaai. Voor de eerste rit naar beneden kwamen ook die kinderen terug opduiken. Wat ons deed besluiten om het eerste stuk van het kabelbaantraject ook maar te voet te doen. Op het plannetje leek dit niet ver. Maar als we iets verder nagedacht hadden, hadden we moeten weten dat het plannetje niet in verhouding getekend was, want uiteindelijk moest het halve traject afgelegd worden. Op de helft van het traject daalden we een dikke 500 m. Meestal ging dit recht naar beneden, zo zonder haarspeld bochten en zo, nee gewoon recht de berg af op een ondergrond van losse keien. Een ramp voor onze onderste ledenmaten. Ergens zowat halverwege hadden we de anderen even terug ingehaald. Zij hadden een 10-tal minuten rust genomen. Kompleet kapot kwamen we aan bij het tussenstation, ongeveer gelijk met die andere Vlamingen. Zij gingen na wat rust toch nog te voet verder. Wij gingen de lift nemen. En toen kwamen die kinderen weer op de proppen. Zij hadden ondertussen de Alpentuin bezocht en moesten nu ook verder naar beneden. We hebben dan maar op de volgende rit gewacht.
In het naar beneden gaan merkten we dat naast de plaats waar wij stonden, allemaal andere mobilehomes stonden en dat de andere zich op het grasveldje gezet hadden onder de muur van het benzinestation en niet meer aan het strandje.
Toen we daar aankwamen, wist die vriendelijke Duitser te vertellen dat de politie langs geweest was en hen had weggestuurd omdat je aan het strandje niet mocht staan. Een flinke boete hing hieraan vast. Er was nog juist een plaats op het grasveld, dus wij maar vlug verhuist.
16/04/2003 We hadden zo’n beetje alles gedaan wat we vanuit Stresa wilden doen. We hadden nog even overwogen om met de boot naar San Caterina del Sasso te varen, maar de uren vanuit Carciano kwamen niet goed uit.
Het volgende op het programma was verder rijden en aan een rondrit rond het meer te beginnen. Met stopplaatsen in Arona, Angera, San Caterina del Sasso, Laveno en als we heel snel zouden opschieten Luino als eindpunt, maar zover moesten we niet echt geraken. Luino ligt al terug verder naar het noorden dan Stresa. Volgens de boekjes zou er in Arona een parking zijn voor mobilehomes en dat zou dus onze eerste halte kunnen zijn.
Eerst nog even terug naar Baveno voor vers water en lozen van alles wat we kwijt wilden en voor boodschappen in de supermarkt. Niet echt gemakkelijk vlees kopen in het Italiaans, maar ons Ria trok al weer aardig haar plan.
Arona blijkt een zeer moeilijke stad te zijn om een parking te vinden en zeker voor mobilehomes. Het is een vrij grote stad en zeer druk en overal borden “Verboden voor mobilehomes en caravans”. Nog nooit zoveel van zulke borden gezien! Je hebt vanuit Arona wel een heel mooi zicht op Angera, maar dat doe je dan maar terwijl je rijdt, want stoppen zit er niet in. Vanaf Arona en tot een stuk voorbij Angora, met uitzondering van Angora zelf dan, is er geen snars te zien aan heel het Lago Maggiore.
Angera is een klein stadje met een grote burcht, hier kan je te voet heen, maar de wandeling van gisteren speelde ons nog parten en dus maar niet. De promenade langs het meer is zeer mooi, verder is het stadje zo dood als een pier in deze tijd van het jaar en midden in de week.
De volgende halt was San Caterina del Sasso. Een klooster dat tegen de bergwand aan gebouwd is. We hadden de intentie het klooster eens van buiten te bekijken, wat gezien het sluitingsuur van 12 tot 14.30 uur maar best was ook. Wij dus de hele afdaling naar het water om omhoog te kunnen kijken, voor piet snot natuurlijk. Helemaal beneden is er een aanleg steiger gemaakt in het water en vandaar kan je dan steil omhoog het klooster tegen de bergwand geplakt zien.
Op die steiger zaten trouwens mensen te wachten op de eerst volgende boot (klooster dicht) nog zo’n 2 uur blijkbaar, op een steiger van enkele vierkante meters. Mooi geregeld van die Italianen. Als wij de boot hadden genomen in Stresa, waren we op 11.30 uur aangekomen, het klooster is om 12.00 uur dicht en de volgende boot is om 14.00 uur, mooi toch. Wij zijn dan maar terug naar boven gegaan en hebben daar lekker naast onze Mobi op de parking gepicknickt. Een zeer mooie parking met veel schaduw. Je kan hier ook overnachten volgens sommigen, hoewel het geen officiële parking is.
Het was echter nog vroeg op de dag en zoveel was er nu ook weer niet te zien, dus zijn we maar verder gereden naar Laveno, daar zou ook een parking zijn.
Laveno is het eerste stadje aan het Lago Maggiore dat een beetje de vergelijking kan doorstaan met stadjes aan het Garda meer qua gezelligheid. Het uitzicht op het meer begint vanaf hier terug prachtig te worden en het is er een gezellige drukte met terrasjes ed. Maar de parking waar je zogenaamd kan overnachten was niet echt je dat. Het is gewoon een grote parking aan het station en dus geen voorbehouden parking voor mobilehomes. Gewoon in de blakke zon tussen de andere auto’s. Even dachten we eraan om terug over te zetten naar Intra (Verbania), maar uiteindelijk maar besloten door te rijden naar Luino.
In Luino is er langs de waterkant een zeer grote parking met bomen en wat lager gelegen dan de weg zodat je toch wat privacy hebt.
Bleek dat de markt in Luino nog bezig was, wij dus in zeven haasten daar naar toe, maar ze waren toch al aan het sluiten, we kwamen er dus achterdoor. Volgens het boekje staan hier wel 400 kraampjes en het duurde dan ook een hele tijd eer de laatste de marktkramer de stad had verlaten. Een regelechte file van marktkramers.
De rest van de avond daar nog wat rondgehangen en in een boek gelezen.
’s Avonds kwam de plaatselijke jeugd op de parking hun auto uitproberen, op dat zand met steentjes slipt dan gemakkelijk en geeft dat lekker veel stof.
Een gouden raad: blijf aan de oostkant en neem de boot om de andere kant te bezoeken en voor San Caterina, daar vaar je best gewoon voorbij.
17/04/2003 Donderdag en reeds volledig rond, dan maar richting Zwitserland, we zullen wel zien. Een dagje uitrusten aan de Moezel stond ons wel aan.
Aan het Vierwaltstatter see had ik een mooi dorpje gezien met veel open ruimte vlak naast de autosnelweg. Dat zou onze eerste stop zijn. Even hebben we overwogen om hier op de camping te overnachten, maar het was maar juist middag en we kwamen juist van een groot meer. Een klein beetje te veel meer. We hebben ons dus daar maar heel mooi gezet voor het middageten en daarna zijn we verder gereden richting Duitsland. Eerst dachten we terug te gaan naar Breisach am Rhein, maar omdat ik maar 1 keer pizza had kunnen eten, kreeg ik zin in Flammen kuche. Wij dus naar de Elzas, meer bepaald naar Kaisersberg, weet je, van vorig jaar.
Ditmaal was het goed te doen op de parking en omdat Ria gelezen had dat zwaar verkeer de weg naast die parking niet mag berijden tussen 22.00 en 6.00 uur zijn we deze keer blijven staan ook. En we hebben goed geslapen. Maar eerst lekkere, heerlijke Flammen kuche gegeten met een glaasje Elzas wijn die ook best te drinken was.
18/04/2003 Vrijdag doorgereden naar Enkirch aan de Moezel. Daar was het druk, maar er was nog wel plaats. De ganse namiddag lekker in het zonnetje gezeten met een boek en een glaasje bier en een mini pizza van de Intermarché.
’s Avonds rondgelopen in het stadje en een gezellige kroeg gevonden waar je zeer goed kan eten. Zo zag het er toch uit.
Reacties