2004/07 Bretagne
2004/07 – Bretagne
01/07/2004 Vertrokken voor onze zomervakantie naar Bretagne. Vanaf vandaag mogen we niet meer door de Kennedy-tunnel in Antwerpen. Dus we hebben een route uitgestippeld langs Brussel. Verder ging het over Mons, Valenciennes en in Cambrais van de autosnelweg en via de NR naar Amiens en verder naar Neufchâtel-en-Bray.
Er loopt door St-Saire een fietspad gemaakt op een oude spoorwegbedding van Neufchâtel naar Forges-les-Eaux, als we wat meer tijd hadden gehad, was dit wel eens interessant geweest. Nu hebben we maar een wandelingetje gemaakt.
02/07/2004 Het had gedurende de nacht wat geregend, maar de wind was wel flink aangetrokken. Het was net als 2 jaar geleden, veel wind, alleen de regen was iets minder. We moeten vandaag naar Bretagne. Ik heb echt niet harder dan 100km durven rijden wegens de rukwinden, vooral als weer een bui overtrok.
In Pont-l’Evêque even gestopt om te tanken. Voor kaas zouden stoppen iets voorbij La Haie Tondue. Hier stopten we al jaren voor Calvados en kaas. Blijkt dat de dame op pensioen gegaan is en enkel nog haar eigen oogst verkoopt. Geen kaas en geen Calvados meer dus. Er zijn geen zekerheden in het leven. We hebben dan onderweg in een klein supermarktje maar wat kaas gaan kopen, want we hadden er echt wel zin in.
03/07/2004 De wind was flink meegevallen gedurende de nacht. We waren vroeg wakker, maar we hadden wel goed geslapen.
Op het programma staat vandaag hoofdzakelijk een bezoek aan de historische stad Dinan. We waren nogal op tijd weg en dankzij een beschrijving van een collega mobilhomerijder wisten we dat we een parking konden vinden aan de hoge brug. We hadden ons op ons zomers gezet, maar het weer werd later toch wat minder, niet dat het echt regende, maar de zon was toch meer verstopt dan in al haar warmte te bewonderen.
Dinan is een prachtig stadje, zeker een bezoek waard. Met verschillende middeleeuwse vakwerkhuizen. Het was er ook gezellig druk.
Het werd ook eens tijd om een Bretoense pannenkoek te eten. Op de middag werd dat een Galettes de Sarrasin. Typisch Bretoens gerecht met een pannenkoek op basis van boekweitbloem en onder andere een scheut cider. Bij het gerecht wordt typisch ook een cider gedronken uit een stenen kom. Ria had een galette met hesp, kaas, ei en champignons, ik een met geitenkaas, spek, appel en sla (een beetje warm met een lekkere vinegrette). Als je zo’n galette op hebt, heb je wel goed gegeten moet ik zeggen. We hadden er dan nog een flesje cider bij gedronken en we waren goed voldaan (alles bij elkaar €20).
Eerst zijn we nog naar St-Cast-le-Guildo voor een brood en een lekkere koek.
Daarna toch maar naar Fort-la-Latte (€4,10/p), regen of geen regen. We moeten tenslotte toch iets doen.
Na het eten hebben we ons klaar gemaakt om te gaan wandelen het had nu en dan al eens een beetje opgehouden te regenen, maar we besloten toch maar onze jas aan te doen.
De wandeling was een tocht van ruim 12 km naar de Cap d’Erqui en dan zo verder over de klippen met nu en dan een afdaling tot op het strand en weer omhoog. We waren nog maar amper Erqui zelf uit of de lucht begon te breken en de zon kwam erdoor. Die jassen waren dus snel uit en moesten dus meegesleurd worden, maar alleszins was dit beter dan regen.
Het bleef de hele tijd over en het werd zelfs bij momenten zeer mooi weer en warm, het bleef wel heel hard waaien. De wandeling was zeer mooi met zeer mooie zichten op Cap Fréhel en een heleboel eilandjes of rotsen. Op een bepaald moment kwamen we een bord tegen “Naturiste” en er liepen er zelfs rond, want achter die rotsen was het zeer lekker zonnen. Terwijl we daar stonden te kijken kwamen er een stel naaktlopers aan en die trokken lekker alle kleren uit, wat hen zichtbaar deugd deed. We hadden spijtig genoeg geen handdoeken bij… Op het einde van de wandeling was ik ferm moe en we hebben een beetje vals gespeeld en een klein stukje afgesneden. Ook op het strand hebben we de afstand nog wat ingekort door dwars over La Plage du Bourg te lopen en door een klif in de rotsen naar de Plage de Caroual te klauteren.
Toen we even later in onze Mobi zaten begon plots de wind aan te wakkeren.
Later zijn we nog even de dijk afgewandeld en daar sloegen de golven flink over de muur. Al bij al was het een zeer mooie dag geweest en we hebben onze nachtrust dik verdiend.
05/07/2004 ’s Morgens eerst alle sanitaire voorzieningen terug in orde brengen. Het was €2 voor 10 min. water, maar dat liep zo traag dat we de watertank uiteindelijk niet vol kregen.
Dan ging de trip verder naar Palus Plage. Twee jaar terug waren we daar ook geweest en was het de mooiste parking die ik ooit gezien had. We stonden er toen met een mobilehome of 5. Nu is het niet meer de mooiste, we hebben al beter gezien. Het stond er nu ook goed vol. Niet toen wij aankwamen, maar later op de dag kwamen er alsmaar mobilhomes bij.
Maar de wandeling op zich was wel bijzonder mooi. We volgden voor een groot deel de kustlijn en hoe dan ook het blijft mooi om de kliffen en de zee te bekijken met oa. de Pointe du Bec de Vir. Daarna bracht de wandeling ons via het binnenland naar Treveneuc en zo terug naar la grève du Palus.
Na de wandeling was het platte rust en hebben we gelezen. Computeren ging niet meer, want de batterijen waren leeg. De ganse namiddag had de wind vrij stevig vanuit de zee gewaaid, maar tegen de avond ging de wind een tijdje volledig liggen en daarna kwam hij van over het land.
06/07/2004 Een stralende ochtend, volop zon en niet al te veel wind. Ideaal dus om de tweede wandeling vanuit Palus Plage te doen. Deze wandeling is 7,5 km en brengt ons naar de hoogste kliffen van Bretagne, 104 m hoog, met oa. de Pointe de Plouha.
Het was flink klimmen en dalen en het uitzicht was weer prachtig. De zee was een spiegel, daar de wind vanuit het binnenland kwam. De zeilboten geraakten nauwelijks vooruit. Ruim 4 km van de wandeling was in het binnenland, ook langs drassige boswegeltjes. Zo kwam het dat we onze schoenen eerst maar eens in de zee gingen afspoelen en op het idee kwamen om te gaan zwemmen. Man, was dat koud. We zijn er dan ook niet lang in geweest en daarna een warme douche.
Na het eten hebben we eerst nog maar eens de watervoorziening in orde gebracht voor €1 krijg je hier meer dan voldoende water.
Nadien zijn we verder gereden, eerst naar Tréguier, hier is een vrij mooie parking langs een rivier. Bij eb iets minder mooi dan bij vloed. We zijn dus maar doorgereden naar onze tweede optie, een camping municipale in Louannec (€15 incl. elek.). Het weer is nog altijd mooi, maar er staat weer een stevige, frisse bries vanuit de zee. Ondertussen kunnen alle batterijen weer opgeladen worden, ook de onze. We hebben ons vuurtje nog eens kunnen uitpakken en buiten kunnen eten. De Mobi stond juist goed om ons uit de wind te zetten.
07/07/2004 Ik had gisteren de buiten isolatie voor de ruiten gelaten, rond een uur of 6 hoorden we de regen zachtjes tikken op het dak. Ik ben toch maar opgestaan om ze binnen te halen en maar goed ook. Rond 8 uur was dat buitje uitgegroeid tot een heuse storm met serieuze windvlagen en stortregen.
Op het weerbericht ’s middags, we hebben ondertussen nog geen stap buiten gezet, zeiden ze dat de storm nog tot morgen vroeg zal aanhouden. Dat wordt dus computeren en lezen.
’s Avonds is de wind gaan liggen, het had dan toch dik 12 uur gestormd en later is het zelfs gestopt met regenen, na zo’n 15 uur.
We hebben dan toch nog even een frisse neus kunnen halen en de kinderen waren ook allemaal buiten aan het spelen tot ruim 10 uur.
08/07/2004 ’s Morgens is het terug beginnen waaien en niet zo’n klein beetje. Later zagen we aangeschreven dat toch 6 à 8 bft gehaald werd. Maar het was droog!
We konden echter niet snel genoeg weg zijn van de camping, na de sanitaire stop zijn we dan ook vertrokken naar Perros-Guirec en Ploumanach. In Ploumanach is er een rotsenpark van de “Granit Rose” dat je echt moet gezien hebben. Het is eigenlijk een beetje vergelijkbaar met de “Cheese wrings” in Cornwall. De rotsen zijn in de meest grillige vormen uitgesleten, meestal door de wind, de lagergelegen rotsen ook wel door de zee natuurlijk. Dit was een van de hoofddoelen van onze tweede trip naar Bretagne. De vorige keer hadden we deze rotsen gemist oa. door de veelvuldige regen.
We hebben dan de Corniche de l’Amorique verder gevolgd, in St Michel en Grève zijn we nog een keer gestopt. 2 jaar terug hebben we daar middagmaal genuttigd, nu een Pain au Chocolat.
Het uiteindelijke doel was Pointe de Primel in Plougasnou. Een mooie uitstap, de kust is er enorm grillig met overal rotspunten in de zee. Niet simpel om door te varen.
In Plougasnou zijn er 2 parkings, de eerste is zeer mooi gelegen aan de haven in le Diben. De wind was echter de spelbreker. De tweede ligt in het centrum van Ploumanach zelf (achter de feestzaal) en is niet zo interessant. We zouden er weliswaar uit de wind gestaan hebben, maar het oog wil ook wat. Maar we hadden nog een Ciderboer in Guimaëc in de pocket. Het is bij zo’n boer meestal zeer rustig en omdat het landgoed wat terug in het binnenland gelegen is, was het er toch iets minder wind. We hebben nog eens wat Cider geproefd, maar toch wat zuiniger geworden en maar 1 fles Cider gekocht (demi-sec). Ze hebben daar ook Fine de Bretagne, de Calvados van Bretagne, maar vrij duur. We hebben hem dan ook eerlijkheidshalve niet geproefd. We hadden wel onze privé waakhond, een Pyreneese herdershond of is het berghond. Hij had de deur eens goed besnuffeld en waarschijnlijk onze honden geroken. Op een bepaald moment lag hij onder de mobilhome. We hebben hem dan maar wat overschotjes gegeven. Dat zal wel de hoofdreden van zijn aanwezigheid geweest zijn.
09/07/2004 Donderdag, vandaag zijn we een week weg. ’s Morgens was het weer zeer mooi weer en zijn we terug naar le Diben in Plougasnou gereden, voor een wandeling van 8 km rond de point de Diben. De wandeling was zeer mooi en na de wandeling hebben we een Cider gaan drinken op een terrasje. We hadden de mobilhome terug geparkeerd aan de haven en we hadden geluk dat het hoogwater was op de middag zodat de haven mooi vol water stond. Net een postkaart.
Na het eten moesten we richting St.-Pol de Léon en/of naar Roscoff. We hebben even de parking aangedaan in St.-Pol, deze is helemaal niet slecht te noemen, maar gelegen naast een drukke baan en dus voor ons zeker niet interessant. Dus maar verder naar Roscoff. (2 keer hier geweest en geen foto!)
Hier moesten we gaan shoppen, want er is hier een winkel waar ze spulletjes verkopen met Keltische teken op en onze Hilde had graag een armband. We hadden 2 jaar geleden hier voor Peter en Hilde dingetjes gekocht. Nu werd het noppens, we dachten dat er verschillende winkeltjes waren, maar het was er toch maar 1 en die had enkel armbanden in tin.
We zijn dan maar terug gewandeld naar de Mobi en we hebben nog lekker buiten kunnen zitten, zelfs eten hebben we buiten kunnen doen. We hebben wel alles binnen klaargemaakt, want dat hebben we nog nergens gezien dit jaar dat iemand aan het barbecuen is of zo.
Toen ik de zetels terug in de laadbak had geladen en deze terug naar boven wou draaien, bleek er iets niet in orde. De bak wou niet hoog genoeg. Dus terug naar beneden om te zien of alles wel goed ingeladen was en terug naar omhoog, maar toen wou hij helemaal niet meer. Kapot dus! Alles er terug uit en dan maar met de hand de bak omhoog geduwd en vast gemaakt. De zetels logeren nu binnen in het hefbed, gelukkig hadden we de matras van het hefbed thuis gelaten zodat er plaats was voor de zetels. Later hebben we nog even verbroederd met onze Franse buren, maar het Frans spreken blijft toch moeilijk. Het werd uiteindelijk vrij snel te fris om buiten te blijven zitten en zo hadden we een goede reden om naar binnen te trekken.
10/07/2004 Weer een zeer mooie ochtend en den "Toer” is vandaag in Bretagne, gelukkig ver weg van ons.
Vanaf vandaag komen we op volledig onbekend gebied voor ons. 2 jaar terug waren we in Roscoff naar het zuiden afgedraaid, nu is het de bedoeling verder door te gaan tot aan het einde. We hadden nog een wandeling aan Brignogan. Dus daar naartoe, maar eerst even langs de Intermarché voor boodschappen en om te lozen.
Dat lozen viel echter niet mee. Het was een soort kast, waarvan de deur open ging als je er €2 instak. In de kast was er een leiding voor drinkwater, een hoekje om het toilet in te ledigen en een afvoerdarm voor het afvalwater. Toen ik het toilet leeg goot, viel het dekseltje van de vergaarbak in een put waar de afvoerdarm in stak en was dus verloren. Gelukkig is dit geen noodzakelijk element voor het functioneren van het toilet. Ook het afvalwater werd een flop, het liep gewoon niet weg. Gelukkig was Ria er ondertussen met wat gesukkel toch in geslaagd om vers water in te slaan.
In Brignogan hadden we vrij snel een mooi plaatsje aan een strand, het was nog vloed en de baai lag er mooi bij.
De wandeling zelf viel wel wat tegen. Het was meer een standwandeling. Voor de Bretoenen kan een gewoon strand en wat duinen misschien eerder uitzonderlijk zijn, voor ons is dit niet zo nieuw. Het zand is wel veel witter dan bij ons. Hopelijk wordt de kust terug iets interessanter.
We hadden ook de stommiteit gedaan om onze Teva sandalen aan te doen voor de wandeling, gevolg, Ria 2 blaren.
Dezelfde collega mobilhomerijder die ons de parking in Dinan aan de hand had gedaan, had ook geschreven dat er een mooie parking was in Plouguerneau – Lilia met zicht op de vuurtorens van Ile Vierge, de hoogste van Frankrijk. Dat was vorig jaar en in juni. Nu een jaar later en in juli mag je daar alleszins niet parkeren met een mobilehome, wel achter de hoek naast de drukke weg met zicht op de haven. Om te blijven was het geen optie, we zijn natuurlijk wel even gaan kijken.
Ria dus in haar boeken gedoken om een ander parking te zoeken. In eerste instantie was die Lannilis een stadje in het binnenland. We hebben de parking uiteindelijk gevonden hoor, toen we beslist hadden om het op te geven zijn we er voorbij gereden. De parking lag naast een hoofdweg, gans open en bloot, maw. niet te doen.
De volgende parking in Ploudalmézeau ook in het binnenland. Dus wij er naartoe. Uiteindelijk bleek deze parking in Portsall te zijn aan de kust. Nu hadden we het ondertussen flink op de heupen gekregen van al dat gezoek en Portsall ligt een heel eind verder en de weg er naartoe was verschrikkelijk slecht en de zetels boven ons begonnen hoe langer hoe harder te klepperen. Gelukkig bleek deze parking 200% mee te vallen. We hebben er nog tot 9 uur buiten kunnen zitten in het zonnetje. Het strand was vlak achter de hoek en het was er zeer rustig.
11/07/2004 Bewolkt vandaag en nog wel op een zondag. Het is vandaag een beetje een rustdag. We zijn naar Lampaul-Plouarzel gereden. De parking hier is gelegen in de duinen en dus met verschillende terrassen (€3.40, water €2, douche €1.60, de toiletten waren wel heel proper). Het was een beetje moeilijk kiezen, maar voor de rest is die parking dik in orde. Er is zelfs een sanitaire blok die netjes is.
Je ziet van hieruit de eilanden Molène en d’Ouessant, dit laatste door Ria omgedoopt tot “Ile Toet” omdat de misthoorn dag en nacht signalen geeft, het meest westelijke deel van Frankrijk en de ingang van het Kanaal met aan de andere kant Land’s End. In de duinen vind je ook droogovens, eigenlijk een lange goot in de grond, voor het drogen van zeewieren. Deze werden hier lang geoogst voor de productie van soda.
We hebben de fietsen eindelijk eens van het rek gehaald en een tochtje gemaakt. Het viel echter niet mee, want de hellingen waren steiler dan we dachten. Bovendien begon het te regenen en kwam er snel een einde aan onze fietsuitstap. Het heeft nog een tijdje geregend, maar later hield het dan toch nog even op, lang genoeg om nog een wandeling te maken langs de kust.
12/07/2004 ’s Morgens scheen het zonnetje weer volop, maar rondom ons waren er wel veel wolken. Het was dan ook een dag met opklaringen en bewolking. Na het douchen en de sanitaire stop zijn we vertrokken voor onze laatste stop, namelijk Pointe de St.-Mathieu.
Onderweg was er een onverwachte omweg naar Pointe de Kermorvan. Een zeer smalle landtong juist voor le Conquet, het vormt trouwens samen met de punt van le Conquet de natuurlijke haven.
De wandeling begon simpel, maar we konden toch niet aan de verleiding weerstaan om le Sentier Côtier te nemen. Die bracht ons langs de zijkanten waar we mooie uitzichten hadden op de landtong.
Een toevallige voorbijganger wist te vertellen dat je een half uurtje nodig had, maar hij was van de streek en moest dus niet rondkijken en hij was halvelings aan het joggen. Het duurde dus iets langer, maar het was dik de moeite waard.
We hadden overwogen om le Conquet te bezoeken, maar we hadden het stadje nu al van de overkant gezien en dat was wel voldoende. De stadjes hebben hier niet echt veel te bieden. Er zijn ook vrijwel geen winkeltjes.
Onderweg was er een onverwachte omweg naar Pointe de Kermorvan. Een zeer smalle landtong juist voor le Conquet, het vormt trouwens samen met de punt van le Conquet de natuurlijke haven.
De wandeling begon simpel, maar we konden toch niet aan de verleiding weerstaan om le Sentier Côtier te nemen. Die bracht ons langs de zijkanten waar we mooie uitzichten hadden op de landtong.
Een toevallige voorbijganger wist te vertellen dat je een half uurtje nodig had, maar hij was van de streek en moest dus niet rondkijken en hij was halvelings aan het joggen. Het duurde dus iets langer, maar het was dik de moeite waard.
Dus dan maar verder naar St.-Mathieu. Toen we daar waren, was het hoogtijd om te gaan eten en zodoende hebben eerst de mobilehome parking gaan zoeken in Plougonvelin (€6 all in, zelfs elektriciteit en douche slechts 1 en met nogal wat geurhinder van het toilet ernaast). Eigenlijk zijn de laatste 2 parkings meer campings.
Er was nog een mooi plaatsje met zicht over de baai en op Presqu’ile de Crozon. En wat dacht je, wij daar direct in natuurlijk. We hebben de mobilehome niet recht gekregen met de blokken, maar hopen dat het goed afloopt vannacht.Na het middagmaal zijn we even naar het Fort de Bertheaume gewandeld, maar dat was veel dichter dan we dachten en we hebben het ook niet gaan bezoeken. We zijn dan terug gegaan en hebben onze fietsen genomen en naar de Pointe de St.-Mathieu gefietst. De fietsen hebben dus echt gediend deze keer. Recht is het daar nooit, maar we zijn er toch geraakt zonder te moeten afstappen.
Pointe de St.-Mathieu is een echte publiekstrekker. Het was er dan ook zeer druk. Er zijn daar zeer mooie vergezichten, als het weer wat meezit tenminste en ditmaal viel het echt goed mee.
Het deed ons wel iets om Pointe de Penhir terug te zien. 2 jaar geleden toen we daar wandelden, was dat het enige moment van gans het verlof dat we echt goed weer hadden.
Met andere woorden we zijn helemaal rond. Toen, 2 jaar terug, waren van Roscoff naar Camarat gereden en het stuk dat we toen overgeslagen hadden, hebben we nu dus gedaan.
Later in de namiddag hebben we nog moeten lachen op de parking met een paar flauwe plezante Fransen. Ze stonden beide met hun verrekijker naar de baai te kijken en wanneer mensen stopten en vroegen wat er gebeurden, dan zeiden ze gewoonweg: “Rien”, of “heb je die onderzeeër zien passeren deze morgen?”, “Nee”, “Ha, maar hij was onder ’t water hè”. En meer van dat leuks.
Het was nog een mooie avond als afsluiter van een zeer mooie en goed gevulde dag.
13/07/2004 Na de sanitaire stop zijn we richting huiswaarts gekeerd. Om nog niet helemaal de neus terug naar huis te zetten, zijn we als eerste gestopt in Val-André. Hier hadden we nog een wandeling die we tijdens de heenreis overgeslagen hadden. De parking is niets bijzonder, een zandplein niet eens recht, met zicht op de masten van de bootjes in de jachthaven.
De wandeling was niet slecht, maar het werd wel warm. Tussen de velden waar we door moesten, was het echt drukkend.
Na de wandeling zijn we nog een terrasje gaan doen en een cider gaan drinken. Ria had gezien dat het stoplicht rechtsachter niet brandde. In Val-André was er een garage. Bleek dat de draad naar het licht afgebroken was. Voor een paar Euro was het weer gemaakt. Toch goed dat ik niet gewoon lampjes gaan kopen was.Met andere woorden we zijn helemaal rond. Toen, 2 jaar terug, waren van Roscoff naar Camarat gereden en het stuk dat we toen overgeslagen hadden, hebben we nu dus gedaan.
Later in de namiddag hebben we nog moeten lachen op de parking met een paar flauwe plezante Fransen. Ze stonden beide met hun verrekijker naar de baai te kijken en wanneer mensen stopten en vroegen wat er gebeurden, dan zeiden ze gewoonweg: “Rien”, of “heb je die onderzeeër zien passeren deze morgen?”, “Nee”, “Ha, maar hij was onder ’t water hè”. En meer van dat leuks.
Het was nog een mooie avond als afsluiter van een zeer mooie en goed gevulde dag.
13/07/2004 Na de sanitaire stop zijn we richting huiswaarts gekeerd. Om nog niet helemaal de neus terug naar huis te zetten, zijn we als eerste gestopt in Val-André. Hier hadden we nog een wandeling die we tijdens de heenreis overgeslagen hadden. De parking is niets bijzonder, een zandplein niet eens recht, met zicht op de masten van de bootjes in de jachthaven.
De wandeling was niet slecht, maar het werd wel warm. Tussen de velden waar we door moesten, was het echt drukkend.
Omdat de parking ons niet aanstond zijn we verder gereden naar St.-Cast le Guildo. Hier wisten we dat we lucht zouden hebben boven op de klip en dat het uitzicht altijd voortreffelijk is. We hadden wel schrik dat er geen plaats meer zou zijn. Uiteindelijk waren we blij toen er een tweede mobilhome bijkwam omdat we er al een paar uur gans alleen stonden. Het was een Duitser die er bijkwam en we hebben met hen een flinke babbel gedaan. Ik was gisteren op de camping er eindelijk in geslaagd om over te schakelen van Engels denken naar Frans en nu moest het weer in het Duits. Maar het was gezellig. ’s Avonds laat hebben we ook nog naar verschillende vuurwerken aan het kijken geweest die op de verschillende locaties aan de overzijde van de baai afgevuurd werden.
14/07/2004 Uitgeslapen, lekker gedoucht en dan op weg naar St.-Malo. We waren hier nogal goed op tijd en hadden vrij snel een plaatsje bemachtigd niet al te ver van het oude stadscentrum.
St.-Malo is vooral winkeltjes en restaurants en de omwalling natuurlijk. We hebben dan ook van alles een beetje gedaan en vooral het terras van het restaurantje viel wel in de smaak.
Ria heeft nog eens een crêpe genomen en ik een slaatje met bacon en kaas en de cider natuurlijk. Met andere woorden, de cider van Bretagne lusten we echt wel, die van Normandië voorlopig nog niet.
Na St.-Malo zijn we via de kustweg naar Cancale gereden, maar die weg viel niet echt mee. Onderweg hebben halt gehouden bij één van de weinige punten die we nog niet aangedaan hadden, namelijk Pointe du Grouin, die het andere uiteinde is de baai van de Mont St.-Michel. Druk dat het daar was, niet te doen, het is natuurlijk een feestdag vandaag in Frankrijk, maar zoveel volk.
We waren daar dus snel weg, op weg naar onze vaste stek aan de baai van de Mont St.-Michel. Onderweg mosselen gekocht ook op onze vaste stek.
Het weer aan de baai was ook weer vanouds, veel wind en nogal overtrokken. Later op de avond beterde het wel wat. De mosselen waar weer verrukkelijk klaargemaakt met veel look, maar we moesten toch niet meer onder de mensen komen.
15/07/2004 Vandaag verder huiswaarts. We hebben er nog even aan gedacht om een wandeling in de baai van de Somme te maken, maar uiteindelijk hebben we er toch maar van afgezien. Eenmaal uit Bretagne was het weer helemaal zo goed net meer en eerder fris. Als je het dan goed gewoon bent, dan valt dat toch wel wat tegen.
Maar we zijn nog wel even gaan zien in Le Hourdel en daar mag je inderdaad niet meer staan. Dan maar verder naar St.-Vallery-sur-Somme.Hier moet je sowieso €5 in de automaat steken ook al wil je enkel even een brood gaan kopen. Daar doe je dan ook meer dan een uur over eer je helemaal naar het centrum gewandeld bent en terug.
Na het eten verder naar ons slaapadres, een auberge lid van France Passion. In Le Crotoy zijn we nog even gaan zien naar een “nieuwe” parking die daar in gebruik genomen is door de mobilhomes en die vlak bij het stadje gelegen is. Niet slecht.
De auberg in xxxxxx en staat bekend voor zijn fruits-de-mer.
Toen we aankwamen was de patron ook juist in de buurt en hebben we onze schotel besteld. Ik moet zeggen dat we wel redelijk nerveus waren.
We hebben nog wat rondgelopen in het dorpje waar verder geen bal te zien is en dan begrijp je onmiddellijk waarom die kerel lid is van France Passion, anders komt er waarschijnlijk nooit een kat.
’s Avonds als aperitief een flesje wijn leeg gemaakt als moedgever.
De schotel zag er goed uit, Ria heeft oesters gegeten, weliswaar met een lekker sausje op, maar dan waren ze toch goed, vond ze. Verder kunnen we stellen dat die slakachtige niets voor ons is en dat het lijf van een krab niets is dan wat longen en dus niet te eten. ’t Zijn duidelijk de scharen die je moet hebben en die waren er niet bij. Al bij al eens iets dat je moet gedaan hebben, maar niet meer voor herhaling vatbaar. We zullen voortaan wel bestellen wat we wel lusten zoals langoustines, scampi’s en krabbescheren.
Reacties